Long Covid klachten
Hoe een ontspanningsmassage kan helpen
Long Covid en ademhalingsmoeilijkheden
Wat gebeurt er in het lichaam?
Na een doorgemaakte coronabesmetting blijven sommige mensen langdurig klachten houden — vaak samengevat onder de noemer Long Covid. Een veelvoorkomend probleem is een verstoord ademhalingspatroon: oppervlakkig, hoog in de borst, soms gejaagd. Het middenrif, dat in normale omstandigheden 70 tot 80 procent van het ademwerk doet, raakt op de achtergrond. In plaats daarvan nemen de hulpademhalingsspieren in de hals, schouders en bovenste borstkas het werk over.
Dat heeft een keten van gevolgen. De hulpspieren zijn niet gebouwd voor continu werk en raken chronisch gespannen. Doordat de borstkas minder ver uitzet bij elke ademteug, daalt de hoeveelheid lucht — en dus zuurstof — die per ademhaling wordt opgenomen. Het lichaam compenseert met sneller ademen, wat de hulpspieren nóg meer belast. Mensen merken dit als kortademigheid bij geringe inspanning, vermoeidheid die niet wegtrekt, een drukkend gevoel op de borst, en het bekende “ik kan gewoon niet vol doorademen”.
Hoe kan een ontspanningsmassage ondersteunend werken?
Een ontspanningsmassage neemt Long Covid niet weg — dat moet vooropstaan. Wat een serie behandelingen wél kan doen, is op drie manieren ondersteuning bieden:
- Ten eerste haalt een rustige, ritmische massage spanning uit de overbelaste hulpademhalingsspieren. Wanneer hals, schouders en bovenste ribbenkast losser worden, krijgt het middenrif weer ruimte om zijn werk te doen.
- Ten tweede activeert kalme aanraking het parasympathische zenuwstelsel — het deel dat in de “rust- en herstelstand” zet. Hartslag en ademfrequentie zakken, en juist in die ontspannen staat kan een dieper, buikgericht ademhalingspatroon zich herstellen.
- Ten derde verbetert de doorbloeding van het bindweefsel rond de spieren tussen de ribben en op de borstkas. Dat draagt bij aan een soepelere borstwand en daarmee aan een natuurlijker volume bij in- en uitademen.

Welke spieren behandelen we, en waarom juist die?
Bij Long Covid-klanten richten we ons gericht op de spiergroepen die het ademwerk hebben overgenomen — en op het middenrif zelf, voor zover dat veilig en comfortabel kan.
Sternocleidomastoideus (de “halsdraaier”)
Deze opvallende halsspier loopt van achter het oor schuin naar het borstbeen. Bij hooggelegen, gejaagde ademhaling trekt deze spier de borstkas bij elke inademing een stukje omhoog — werk dat eigenlijk niet voor hem bedoeld is. Het resultaat is een strakke, harde streng aan beide zijden van de hals, die ook spanningshoofdpijn en duizeligheid kan voeden. We behandelen hem met lichte effleurage en voorzichtige, langgerekte strijkingen.
Scalenii (scalenusspieren)
Een groepje van drie kleine maar belangrijke spieren dieper in de zijhals. Ze tillen de bovenste twee ribben op bij inademing. Bij chronisch overgebruik raken ze knoopachtig en gevoelig. Behandeling is altijd voorzichtig — er lopen zenuwbundels langs — met zachte druk en uitstrijkingen.
Bovenste deel van de trapezius
De “monnikskapspier” loopt vanaf de schedelbasis over de schouders. Bij oppervlakkige ademhaling staat dit bovenste deel permanent licht aangespannen, alsof de schouders chronisch worden opgetrokken. Dit is het gebied waar de meeste klanten “knopen” voelen. Hier werken we met effleurage, petrissage (kneedslagen) en, waar nodig, drukpunttechnieken.
Pectoralis major en minor (grote en kleine borstspier)
Bij hooggelegen ademhaling trekken deze spieren mee om de borstkas te helpen openen. Ze verkorten daardoor en trekken de schouders naar voren — wat de borstkas júíst verder dichtknijpt en het probleem versterkt. Een gerichte behandeling van de borstspieren, gecombineerd met lichte rekkingen, geeft de borstkas weer ruimte om voluit uit te zetten.
Intercostaalspieren (tussenribspieren)
De dunne spierlaagjes tussen elke twee ribben. Ze maken het mogelijk dat de borstkas tijdens inademing breder wordt. Bij verminderde mobiliteit van de borstwand raken ze stug. We behandelen ze met fijne, ritmische strijkingen langs de ribben — geen diepe druk, maar wel doelgericht.
Diafragma (middenrif)
De primaire ademhalingsspier zelf is voor een masseur grotendeels onbereikbaar — het zit immers diep onder de ribbenboog. Wel kan de aanhechting onder de onderste ribben met zeer voorzichtige, lichte technieken worden benaderd. Belangrijker is dat we door alle bovengenoemde spieren te ontspannen, het middenrif uitnodigen om zijn natuurlijke rol weer op te pakken.
Serratus anterior (gezaagde spier)
Loopt langs de zijkant van de ribbenkast onder de oksel. Helpt bij geforceerde inademing en is bij Long Covid vaak gevoelig. Wordt meegenomen in de behandeling van de flanken.


Hoe verloopt een traject?
Eén massage kan al verlichting geven, maar bij langer bestaande klachten is een serie van vier tot zes behandelingen met een à twee weken tussenpoze meestal zinvoller. De eerste sessie is altijd licht en kort — bij Long Covid is “minder is meer” een belangrijk principe, omdat te intensieve behandeling juist een terugval (post-exertional malaise) kan uitlokken. We bouwen rustig op, in overleg met de klant en op het tempo van het lichaam.
Tijdens de behandeling combineer ik klassieke ontspanningstechnieken met aandacht voor het ademritme — soms door simpelweg de hand op de buik of zijflank te leggen zodat de klant voelt waar de adem ontbreekt.
Belangrijk om te weten
Een ontspanningsmassage vervangt geen medische behandeling. Bij aanhoudende of verergerende klachten is overleg met de huisarts of een gespecialiseerde fysiotherapeut altijd het uitgangspunt. Massage werkt het beste als aanvulling op — niet in plaats van — adviezen rond pacing, ademoefeningen en eventueel begeleide longrevalidatie.